Aan de Roode Steen staat een gevel die je meteen opvalt, met beeldhouwwerk, wapenschilden en leeuwen die het geheel dragen. Achter die gevel zit het Westfries Museum, en dat is de plek waar het verhaal van Hoorn en van de hele regio bij elkaar komt.
Het gebouw
Het pand is het Statencollege, gebouwd in 1632 in Hollandse renaissancestijl. Hier vergaderden de Gecommitteerde Raden van het noorderkwartier van Holland, later werd het gerechtsgebouw. In 1880 vestigde het museum zich in het gebouw. Later is het museum uitgebreid naar het buurpand aan de Roode Steen, zodat er meer ruimte kwam voor de collectie.
Waar de collectie over gaat
Het museum richt zich op de cultuurgeschiedenis van West-Friesland tussen ongeveer 1500 en 1800, de periode waarin Hoorn en de omliggende steden op hun hoogtepunt waren. Je loopt door tientallen kamers en zalen, en de indeling volgt de thema’s van die tijd.
- Schilderijen van schutterstukken en portretten van regenten en koopmansfamilies.
- Zilver, glaswerk en porselein uit de huishoudens van de Hoornse elite.
- Objecten uit de tijd van de VOC, waaronder handelswaar en scheepvaartstukken.
- Interieurs met betimmeringen, meubels en behangsels uit Westfriese panden.
- Materiaal over de dijken, de polders en het dagelijks leven in de regio.
De kunstroof
In januari 2005 werd in het museum ingebroken en verdween een groot deel van de schilderijencollectie, samen met tientallen stukken zilver. Het was een van de grootste kunstroven uit de Nederlandse geschiedenis en het museum verloor in een nacht een aanzienlijk deel van zijn topstukken. Jaren later dook een aantal van die schilderijen op in Oekraïne en kwamen ze terug naar Hoorn. Een groot deel van de gestolen werken is nog altijd zoek. Het museum vertelt dat verhaal zelf ook, want het hoort inmiddels bij de geschiedenis van het huis.
Voor kinderen
Het museum werkt met routes en opdrachten waarmee kinderen zelf op zoek gaan door de kamers. Voor wie de Gouden Eeuw alleen uit een schoolboek kent, is het een verschil van dag en nacht om een echte kaart, een echt kanon of een echt kabinet te zien. Combineer het bezoek met de haven en met het Museum van de Twintigste Eeuw op het Oostereiland, dan heb je twee heel verschillende eeuwen in een middag.
De schuttersstukken
Voor liefhebbers zijn de schuttersstukken het meest bijzondere onderdeel. Dat zijn grote groepsportretten van de schutterij, de gewapende burgerwacht van de stad, geschilderd in de zeventiende eeuw. Ze hingen oorspronkelijk in de doelen waar de schutters bijeenkwamen. Wie ze naast elkaar ziet, ziet de mode, de gezichten en de status van een stad die op dat moment tot de rijkste van het land behoorde.
Praktisch
Het museum ligt midden in de binnenstad, op loopafstand van het station en van beide parkeergarages. Reken op een uur of twee, langer als je alles wilt lezen. Er zijn wisselende tentoonstellingen naast de vaste collectie, dus ook wie er al eens is geweest, vindt er weer iets nieuws. Voor Hoornaars die het museum in hun eigen stad nog nooit hebben bezocht, is dit de plek waar je begrijpt waarom de gevels in je straat eruitzien zoals ze eruitzien.
Meer dan Hoorn alleen
Het museum heet niet voor niets naar de hele regio. West-Friesland was een gebied met meerdere steden die elkaar beconcurreerden en aanvulden, van Enkhuizen en Medemblik tot de dorpen binnen de Omringdijk. De collectie laat zien hoe dat gebied functioneerde, met de dijken, de polders, de landbouw en de handel als samenhangend geheel. Voor wie in de regio woont, verklaart dat een hoop over het landschap waar je dagelijks doorheen rijdt.
De tuin en de bijzondere ruimtes
Achter het museum ligt een tuin, en binnen zitten ruimtes die je niet verwacht, van een keuken met tegelwerk tot betimmerde kamers die uit andere panden zijn overgebracht. Het is geen museum met grote lege zalen maar een huis waarin je van kamer naar kamer loopt. Dat maakt een bezoek intiem, en het verklaart ook waarom kinderen er langer blijven kijken dan in een zaal met vitrines langs de muur.


