Er is in Hoorn een plek waar iedereen vanzelf uitkomt. Kom je vanaf het station het Grote Noord af lopen, dan opent de straat zich plotseling en sta je op de Roode Steen, met aan twee zijden zeventiende-eeuwse gevels en in het midden een standbeeld. Dit is het centrale plein van de stad, en het is dat al eeuwen.
Een kruispunt van oude wegen
De Roode Steen ligt op het punt waar het Grote Noord, de Kerkstraat en het Grote Oost samenkomen. Dat zijn de oudste doorgaande routes van de stad, en ze volgen het tracé van de Westfriese Omringdijk, de dijk die het hele gebied omsluit. Wie het plein oversteekt, loopt dus letterlijk over de dijk waarop Hoorn is ontstaan. Dat verklaart ook waarom het plein niet vierkant is maar een verbreding van een kruispunt.
Waar de naam vandaan komt
De naam klinkt schilderachtig maar heeft een grimmige oorsprong. Het plein is genoemd naar een steen waarop executies plaatsvonden. De originele steen ligt tegenwoordig in het Westfries Museum, op het plein zelf is een replica te zien. In een handelsstad waar recht werd gesproken op de plek waar iedereen langskwam, was dat geen toeval maar de bedoeling.
De gebouwen rond het plein
Twee gebouwen bepalen het beeld.
- De Waag, gebouwd in 1609, waar goederen werden gewogen en waar de handel zijn officiële gewicht kreeg. Tegenwoordig zit er horeca in.
- Het Statencollege, uit 1632, met een rijk versierde gevel in Hollandse renaissancestijl. Hier zetelden de Gecommitteerde Raden, en sinds de negentiende eeuw is het het Westfries Museum.
Daaromheen staan koopmanshuizen en winkelpanden waarvan de gevels het verhaal van vier eeuwen vertellen, van gebeeldhouwde natuursteen tot negentiende-eeuwse pui.
Het standbeeld van Jan Pieterszoon Coen
Midden op het plein staat het bronzen beeld van Jan Pieterszoon Coen, geboren in Hoorn en later gouverneur-generaal van de VOC. Het beeld werd in 1893 geplaatst en is gemaakt door Ferdinand Leenhoff. Op het voetstuk staat de spreuk die aan Coen wordt toegeschreven, dispereert niet. Sinds enkele decennia is er discussie over het beeld vanwege Coens gewelddadige optreden in Indië, en er is een tekstbord bij geplaatst dat die kant van zijn optreden benoemt. Wie in Hoorn over geschiedenis wil praten, begint hier.
De kaasmarkt die er ooit was
Tot in de twintigste eeuw werd op de Roode Steen de kaasmarkt gehouden, en dat was de grootste van Noord-Holland. De boeren uit West-Friesland brachten hun kaas naar de stad, de handelaren keurden en boden, en de Waag deed de rest. Na de Tweede Wereldoorlog verdween die markt. Sinds 2007 wordt er in de zomermaanden een demonstratiemarkt opgevoerd, waarbij het oude handelsritueel wordt nagespeeld voor bezoekers.
Het plein door het jaar heen
De Roode Steen is de plek waar de stad samenkomt. Tijdens de Hoornse Stadsfeesten staat hier het hoofdpodium, in de zomer wordt het plein bedekt met een bloementapijt van tienduizenden begonia’s, en in de kerstperiode staat er verlichting en soms een boom. Op gewone dagen zijn het de terrassen die het plein vullen, en dat is misschien wel het mooiste moment, met de gevels als achtergrond en het geluid van de stad eromheen.
Wat je eromheen kunt doen
Vanaf het plein loop je in een paar minuten naar de haven en de Hoofdtoren, naar het Oostereiland en naar de winkelstraten. Het Grote Oost brengt je langs de statige koopmanshuizen richting het water, de Kerkstraat naar het Kerkplein en het Grote Noord naar het station. Wie een middag in Hoorn heeft, doet er goed aan om hier te beginnen en van hieruit steeds een straat verder te lopen.
De gevels lezen
Wie even blijft staan en omhoog kijkt, ziet dat vrijwel elk pand rond het plein zijn eigen verhaal draagt. Gevelstenen met een schip, een dier of een beroep gaven vroeger aan wie er woonde of wat er werd verhandeld, in een tijd waarin huisnummers nog niet bestonden. Sommige stenen zijn origineel, andere zijn later teruggeplaatst. Vereniging Oud Hoorn documenteert ze en er zijn wandelingen waarbij je ze een voor een langsloopt.
Waarom dit plein zo goed werkt
De Roode Steen is geen groot plein, en dat is precies de kracht ervan. De gevels staan dichtbij, de straten komen er van drie kanten op uit en je hoort er de stad. Grote lege pleinen voelen leeg, dit voelt vol, ook als er weinig mensen zijn. Het is het soort ruimte dat in de middeleeuwen vanzelf ontstond en dat stedenbouwkundigen sindsdien proberen na te bouwen.


