Een melding openbare ruimte doen in Hoorn

Gemeente

Een losse stoeptegel op de Koepoortsweg, een lantaarnpaal die niet meer aangaat in Risdam, een overhangende tak boven een fietspad in de Kersenboogerd. Het zijn kleine dingen, en juist daarom blijven ze soms lang liggen. De gemeente Hoorn heeft er een meldpunt voor, en dat werkt beter dan de meeste mensen denken.

Wat je kunt melden

Alles wat in de openbare ruimte kapot, vies, gevaarlijk of scheef is, hoort bij dit meldpunt.

  • Straatverlichting die niet werkt of juist overdag brandt.
  • Losliggende tegels, gaten in het asfalt en verzakkingen.
  • Zwerfafval, een volle prullenbak of afval naast een ondergrondse container.
  • Overhangend groen, een omgewaaide tak of onkruid dat het zicht wegneemt.
  • Kapot straatmeubilair, van een bankje tot een speeltoestel.
  • Een verstopte kolk of water dat na een bui blijft staan.
  • Graffiti en beschadigingen aan gemeentelijke eigendommen.

Hoe je meldt

Melden gaat het snelst online via het formulier op de website van de gemeente. Je geeft de locatie aan op een kaart, kiest het soort melding en beschrijft kort wat er aan de hand is. Een foto erbij helpt enorm, want de medewerker die het oppakt ziet dan meteen waar het over gaat en welk materieel er nodig is. Wil je bericht over de afhandeling, laat dan je mailadres achter.

Wat er niet bij hoort

Een aantal dingen loopt via een andere weg. Een container die niet is geleegd of een kapotte kliko meld je bij HVC, want die doet de inzameling. Storingen aan gas, water of elektra horen bij de netbeheerder of het leveringsbedrijf. Overlast, vernielingen op het moment zelf en alles waar spoed bij is, hoort bij de politie. En een gevaarlijke situatie waar direct gevaar bij is, bel je gewoon, in plaats van dat je een formulier invult.

Hoe preciezer, hoe sneller

De meest voorkomende reden dat een melding blijft liggen, is dat de locatie onduidelijk is. Zet er dus een straatnaam en een huisnummer bij, of een herkenningspunt zoals een brug, een bushalte of een winkel. In een wijk met veel gelijkende straten, zoals delen van de Kersenboogerd, scheelt dat echt tijd. Beschrijf ook hoe erg het is, want een tegel die drie centimeter uitsteekt op een looproute krijgt terecht meer voorrang dan een tegel in een hoek.

Wat er daarna gebeurt

De melding komt bij het team dat over dat onderdeel gaat. Kleine dingen worden vaak binnen enkele werkdagen opgepakt. Wat meer voorbereiding vraagt, zoals een verzakking of een boom die gesnoeid moet worden, wordt ingepland en meegenomen in een ronde door de wijk. Bij groen speelt bovendien het seizoen mee, want snoeien gebeurt buiten het broedseizoen. Krijg je bericht dat je melding is afgehandeld terwijl het probleem er nog is, meld het dan opnieuw met een foto van de huidige situatie.

Melden loont voor de hele straat

Er zit een sociale kant aan. Een buurt waarin mensen dingen melden, ziet er na een paar jaar zichtbaar beter uit dan een buurt waarin iedereen aanneemt dat een ander het wel doet. In Hoorn zie je dat verschil tussen straten die verder identiek zijn. Het kost een minuut en het is het enige moment waarop een inwoner rechtstreeks invloed heeft op de staat van zijn eigen stoep.

Denk ook aan het water

Hoorn is een stad met havens, singels en een dijk langs het Markermeer. Voor het water en de kades geldt dat niet alles van de gemeente is. Een deel van het beheer ligt bij het hoogheemraadschap. Weet je niet zeker wie erover gaat, meld het dan gewoon bij de gemeente. Die stuurt het door naar de juiste partij, en dat is nog altijd beter dan niets melden omdat je twijfelt.

Terugkerende problemen

Sommige dingen komen elk jaar terug, zoals bladval in het najaar, gladheid in de winter en onkruid in het voorjaar. Daar heeft de gemeente een planning voor, dus een melding versnelt het niet altijd. Wel zinvol is melden waar het structureel misgaat, bijvoorbeeld een put die elke bui overloopt of een stuk stoep dat steeds opnieuw verzakt. Zulke meldingen komen in de onderhoudsplanning terecht en leiden vaker tot een echte oplossing dan tot een pleister.