Hockey in Hoorn, clubs en velden

Sport

Hockey is in Nederland lang een sport van de grote steden en de welgestelde buitenwijken geweest, maar dat beeld klopt allang niet meer. Ook in West-Friesland wordt op alle niveaus gehockeyd, en Hoorn heeft daarvoor een eigen vereniging.

De club

De hockeyvereniging van de stad is de Westfriese Hockeyclub, die spelers uit Hoorn en uit de omliggende gemeenten bedient. Dat regionale karakter is kenmerkend voor hockey buiten de Randstad, want het aantal clubs is kleiner dan bij voetbal en de verzorgingsgebieden zijn daardoor groter. Spelers komen uit de stad zelf, uit Zwaag en Blokker en uit de dorpen eromheen.

De velden

Hockey wordt tegenwoordig vrijwel overal op kunstgras gespeeld, in de meeste gevallen op watervelden of zandingestrooide velden. Dat maakt het spel sneller en technischer dan op natuurgras, en het betekent dat een club afhankelijk is van goede accommodatie. Verlichting is essentieel, want de trainingen zijn in het winterseizoen bijna allemaal in het donker.

Beginnen met hockey

Kinderen kunnen vanaf een jaar of vier of vijf beginnen, meestal in de jongste groepen waar het vooral om balgevoel en plezier gaat. Vanaf een jaar of acht wordt er in teams gespeeld en komen er wedstrijden op zaterdag. Voor volwassenen die nooit hebben gehockeyd, zijn er trimhockeygroepen en beginnersteams, en dat is een prettige manier om op latere leeftijd in te stappen.

Wat je nodig hebt

Hockey vraagt meer spullen dan voetbal.

  • Een stick, in de juiste lengte, wat bij kinderen betekent dat je hem regelmatig vervangt.
  • Scheenbeschermers en een bitje, allebei verplicht.
  • Hockeyschoenen met een zool die geschikt is voor kunstgras.
  • Voor keepers een volledige uitrusting, die vaak door de club wordt geleverd.
  • Het clubtenue, dat via de vereniging loopt.

Wat het als ouder vraagt

Hockey is bij uitstek een verenigingssport waarin ouders meedraaien. Rijden naar uitwedstrijden, coachen, fluiten en bardiensten horen erbij. Voor jeugdwedstrijden wordt bovendien verwacht dat er vanuit de club scheidsrechters komen, en dat betekent dat oudere jeugdspelers en ouders een scheidsrechterskaart halen. Wie daar niet op rekent, wordt in het eerste seizoen verrast.

De zaal in de winter

Een deel van het jaar wordt er zaalhockey gespeeld, in de sporthallen, met een andere stick en andere regels. Zaalhockey is sneller en technischer, en veel clubs zien het als goede training voor het veldspel. Voor teams die eraan meedoen, betekent het dat het seizoen doorloopt in de winter in plaats van dat er een winterstop is.

Hockey en de andere sporten

In een stad met zes voetbalclubs en een sterke watersporttraditie is hockey een van de kleinere sporten, maar het aantal beoefenaars is de afgelopen decennia gegroeid, vooral bij meisjes en vrouwen. Voor kinderen die iets anders willen dan voetbal en die van een teamsport houden, is het de meest voor de hand liggende keuze. En omdat de club regionaal is, kom je er kinderen tegen uit dorpen waar je verder nooit komt.

Lid worden

Aanmelden gaat via de vereniging, en de meeste clubs bieden een aantal proeftrainingen aan voordat je besluit. Doe dat vooral, want hockey ligt niet iedereen en het is beter om dat in september te merken dan in maart. Kijk daarbij ook naar de trainingstijden en de dag waarop de wedstrijden zijn, want een team dat structureel om acht uur op zaterdagochtend speelt, vraagt van het hele gezin iets.

De competitie

Het hockeyseizoen loopt van september tot in november en vervolgens van maart tot in juni, met een winterstop waarin een deel van de teams zaalhockey speelt. Wedstrijden zijn op zaterdag en zondag, waarbij de jeugd op zaterdag speelt en de senioren op zondag. Uitwedstrijden gaan naar clubs in Noord-Holland, en dat betekent reistijd, zeker vanuit West-Friesland.

Wat het kost

Hockey is duurder dan voetbal, door de contributie, de spullen en het feit dat sticks bij groeiende kinderen regelmatig moeten worden vervangen. Tweedehands sticks zijn een prima oplossing en worden bij clubs onderling verhandeld. Voor gezinnen met een laag inkomen bestaan er regelingen via de gemeente en via landelijke fondsen waarmee contributie en materiaal worden vergoed.